Beter wat uit moeten trekken dan te weinig aan...

Ik was nog maar een blaag van een jaar of negentien toen Opa vroeg of ik en Gerben, een vriend van mij, konden helpen een jacht van Oostende naar huis te zeilen.
Het was al tegen het eind van oktober, ‘fris’ weer met een stevige wind ZW. Een prima wind, iets achterlijker dan dwars, om ‘binnendoor’, van zee af via de Westerschelde naar Rotterdam te zeilen.

We vertrokken per trein naar Oostende waar we ’s middags aan kwamen. Aan boord werden we wegwijs gemaakt over het waar en hoe van de tuigage, niet echt moeilijk omdat wij zelf ook een klein open zeilbootje hadden en dus wisten wat zeilen was. Het starten van de, benzine, Ford T motor, en meer.
Opa had vis gekocht, gebakken en met aardappel erbij, gebakken in reuzel.
Om negen uur te kooi omdat we ‘s morgens met het tij mee naar boven wilden zeilen. Vijf uur opstaan.

Opa, een stevige sterke vent, een voorhamer bij het eind van het heft gevat, kon hij met gestrekte arm voor zich houden en dan langzaam naar zijn neus draaien, iets wat mij nooit gelukt is. Op de vraag van Opa of we het koud hadden zeiden we ‘nee hoor, 'lekker zeilweer.’ Hij wist wel beter.. .
Wij, in spijkerbroek, een T-shirt en een, te, dunne trui en een zomer jack liepen de hele dag min of meer te rillen, maar gaven niet toe. Opa? Die had geen last van kou of wind.
Na een dag doorvaren kwamen we in Wemeldinge aan om te overnachten. Wij moesten maar even wat vlees halen voor bij de gebakken aardappelen die avond. Na vier karbonades per persoon en een kilo aardappelen voor drie, kropen wij dankbaar in onze zak. Met kleren aan.
Opa kleedde zich uit, Niet geheel, alleen zijn zeilkleding….
Twee paar sokken in zijn laarzen, twee lange katoenen onderbroeken onder een stevige canvas broek en een trui of drie, door Oma gebreid en een oude legerjas.  De derde lange onderbroek hield hij aan, samen met, wat hij noemde, zijn ‘wolletje’.
 
Voor Gerben en ik was het een wijze les, deze reis met Opa, van toch pas 69 jaar jong.
Beter wat uittrekken dan niets om aan te trekken.
Al met al een spannende mooie reis.

Met dit in mijn achterhoofd draag ik al jaren ’s winters nog steeds een lange onderbroek, onderhemd en wanneer het nodig kan zijn nog iets meer.